Aan het werk na hbo F&C: wat ga je doen?


Bas Prins:

‘Ik vond de organisatie heel tof, maar de groeipotentie ontbrak’

Bas Prins (27) is private banker bij ABN AMRO Mees Pierson. Na twee stages bij Van Lanschot koos hij niet voor de gemakkelijkste weg, hij ging op zoek naar een werkplek met meer groeipotentie. En dat is duidelijk gelukt. ‘Na zo’n negen maanden als trainee was er vertrouwen van beide kanten en kreeg ik mijn eigen portefeuille.’

Na zijn beide hbo-stages bij Van Lanschot te hebben gedaan, is Bas Prins nu private banker bij ABN AMRO Mees Pierson. De grootste concurrent. Hij koos voor het grotere ABN AMRO Mees Pierson vanwege de betere groeipotentie. En dat betaalde zich al snel uit.

Hoe kom je na hbo Finance & Control als private banker bij ABN AMRO Mees Pierson terecht?

‘In mijn derde jaar op het hbo liep ik op een stagemarkt een jongen tegen het lijf die stage liep bij Van Lanschot Kempen. Ik had ik eigenlijk geen idee wat dat was. Dus ik heb me daarin verdiept en het gesprek met hem gevoerd. En dat klonk eigenlijk wel heel erg leuk. Vandaar dat ik heb gesolliciteerd voor een stageplek in mijn derde jaar. Er was meteen een goede klik, en ik werd aangenomen voor de meewerkstage. Destijds liep ik als stagiair mee op een private-bankingafdeling. Ik had verwacht dat het eigenlijk allemaal mensen zouden zijn met te veel geld en veel gezeur. Maar dat valt in de realiteit erg mee, ik vond het heel erg leuk. En toen ik in het vierde jaar moest gaan afstuderen hebben ze mij gevraagd: ‘Doe niet moeilijk, kom gewoon bij ons afstuderen’. Dat heb ik toen ook gedaan. Vervolgens hebben ze me toen een baan aangeboden als relatiemanager.

Dat heb ik toen laten passeren. Want ik vond de organisatie wel heel tof, maar de groeipotentie ontbrak. Toen ben ik verder gaan kijken in het vakgebied van private banking en kwam ik toevallig een traineeship tegen bij ANB Amro Mees Pierson. De grootste concurrent van Van Lanschot en de grootste partij in Nederland. Daar heb ik op gesolliciteerd en ook daar was eigenlijk onmiddellijk een heel leuke klik met mijn manager. Ik werd aangenomen als trainee. Dat heb ik anderhalf jaar gedaan. Het was geen traditioneel traineeship waarbij je de hele bank ziet, maar eigenlijk alleen die functie.

‘Toen ik stopte met de universiteit ben ik fulltime gaan werken. En daar heb ik veel van geleerd, in die tijd ben ik wel volwassener geworden’

En het duurde ook geen anderhalf jaar, want na zo’n negen maanden was er vertrouwen van beide kanten en kon ik officieel beginnen. Toen kreeg ik ook mijn eigen portefeuille. Er gingen net een aantal collega’s met vervroegd pensioen en ik kon er zo inrollen, in een volledige rol.

Ik heb een portefeuille van zo’n 275 cliënten, die help ik met hun dagelijkse bankzaken. Dat is niet anders dan mensen bij andere banken doen, het enige verschil is dat al mijn klanten minimaal een half miljoen euro op de bank hebben staan. Dat zijn mensen uit de Quote500, fotografen die het heel goed doen, ondernemers, van alles wat. Ik help ze met dingen als beleggen, hypotheken, investeringen, noem maar op. Pensioen opbouwen. Daarvoor ben ik hun eerste aanspreekpunt.’

Welke stappen waren belangrijk voor je?

‘Het belangrijkste is dat ik eerst op mijn bek ben gegaan op de universiteit, om het even op zijn Hollands te zeggen. Ik heb eerst havo gedaan. Toen wist ik nog niet zo goed wat ik zou doen. Bij het zoeken naar opleidingen kwam ik hbo Finance & Control al tegen, dat heette toen nog Bedrijfseconomie. Maar ik ben toen eerst vwo gaan doen. En na twee jaar vwo kwam ik voor dezelfde keuze te staan. Ik wilde graag naar de universiteit en zo kwam ik uit bij de studie Bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit. Daar ben ik aan begonnen, maar ik kwam erachter dat ik nog niet klaar was voor de universiteit. Ik kon nog niet zo goed omgaan met al die vrijheid. Ik was nog veel liever bier aan het drinken met mijn vrienden dan aan het studeren. In het eerste jaar ben ik gestopt. Het volgende schooljaar ben ik begonnen met Bedrijfseconomie op de Haagse Hogeschool. En dat ging wel goed. Hoe dat komt? Ik heb 9 jaar lang in een supermarkt gewerkt en daar ben ik 8 jaar lang leidinggevende geweest. Toen ik stopte met de universiteit ben ik fulltime gaan werken. En daar heb ik veel van geleerd, in die tijd ben ik wel volwassener geworden. Je gaat dan anders naar bepaalde dingen kijken en dingen serieuzer aanpakken. Toen heb ik vervolgens mijn volle focus op het eerste jaar van mijn hbo-opleiding gezet. Ik ben wel blijven werken uiteraard. Maar ik kwam erachter dat ik me veel beter kon focussen op de opleiding en het lukte me toen wel zonder al te veel moeite. Dus ik denk dat ik dat tussenjaar ook wel even nodig gehad heb om op de rit te komen.‘

Bas Prins privé
  • Leeftijd: 27 jaar
  • Hbo Finance & Control: Haagse Hogeschool, 2020
  • Thuissituatie: ik woon samen met mijn vriendin
  • Vrije tijd: ik woon in Brabant, dus ik ben een bourgondiër. Mijn grootste hobby is denk ik lekker dineren met vrienden. Leuke dingen doen met mijn vriendin en reizen. Ik ben een doener, vind het leuk om bezig te zijn. Een beetje handelen op de beurs.
  • Favoriete muziek: alles behalve techno. Ik heb een hekel aan die stampmuziek, ben meer van de pop en de rock
  • Kledingstijl: business casual
  • Mooiste boek: De Hobbit van J.R. Tolkien
  • Mooiste film: American Gangster, met Denzel Washington in de hoofdrol
  • Welke auto rijd je: Renault Clio
  • Favoriete vakantie: Thailand: de natuur, de mensen, het eten
  • Huisdieren: we krijgen binnenkort een oppashond (het is een tikkende klok dat we zelf een hond nemen…)
Bas Prins

Is er iemand die daar een belangrijke rol in heeft gespeeld?

‘Heel cliché, maar dat is mijn vader denk ik. Die heeft een topfunctie en daar altijd hard voor geknokt. Ik heb van jongs af aan de ambitie gehad om hem voorbij te knallen. Dus dat heeft zeker bijgedragen. Hij heeft me ook goed begeleid bij het maken van de juiste keuzes. Hij had er ook begrip voor toen het niet lukte op de universiteit, hij had zelf ook een mislukte poging achter de rug. Dat wil overigens niet zeggen dat ik er niet af en toe spijt van heb. Want ik merk, nu ik een goede drie jaar aan het werk ben, dat er toch een heleboel deuren niet opengaan als je geen academische titel hebt. Ondanks dat je weet dat op het gebied van commercie hbo’s het beter doen. Dus dat rijmt eigenlijk niet. Die weg is natuurlijk niet afgesloten. Als je begint bij een bank, in mijn rol, heb je een heel opleidingenpakket wat je moet afronden. Die post-hbo-opleidingen heb ik nu afgerond. Dus nu wil ik even een half jaar niets, maar dan kan ik altijd weer verder kijken.’

Wat waren bepalende momenten voor je?

‘Bij Van Lanschot kon ik kiezen voor de ‘gemakkelijke’ weg. Ik kreeg een baan aangeboden als relatiemanager in Amsterdam. Een relatiemanager is eigenlijk de assistent van een private banker. De toenmalige directeur zei daarbij: je gaat een traject in en binnen een jaar of 3, 4 ben je ook private banker. Maar toen keek ik eens om me heen, en daar zaten nog twee heren op diezelfde functie. Met beiden ambitie om banker te worden. Een van beiden is nu zes jaar in dienst, en is acht maanden geleden pas banker geworden. Ik ben dat nu al bijna twee jaar. Daarin zat voor mij wel de keuze om weg te gaan. Ik zat daar helemaal achteraan de rij en je bent dan zomaar acht jaar dingen aan het doen die je helemaal niet wilt. Het ligt dan niet aan jezelf, maar aan de organisatie of je stappen kunt maken. Ik heb toen ook gesprekken gehad met senior managers en die zeiden ook allemaal: ga naar buiten. En als we je echt goed vinden, dan kopen we je wel terug. Maak je daar geen zorgen over.’

Wat is je beste tip voor anderen?

‘Ik beveel iedereen aan om een bijbaan te hebben naast de studie. Voor de financiële vrijheid, maar ook voor de lessen die je er leert. Dat is een absolute no-brainer voor mij. En dingen die ik anders zou doen? Ik heb het best snel gedaan. Ik heb mijn bachelor in een keer gehaald. En ik heb geloof ik twee weken vakantie gehad tussen mijn afstuderen en het moment dat ik aan het werk ging. Daar had ik, terugkijkend, misschien wel iets meer tijd tussen mogen bouwen.’